Gedragsregels in de sport

Atletiek Vereniging Salland wil een sportvereniging zijn waar leden zich veilig en vertrouwd kunnen voelen. Om dit zowel in woord als gedrag tot uiting te laten komen hebben we veel aandacht voor veiligheid en deskundigheid. Alle trainers hebben zowel een atletiekunie trainerslicentie als ook een VOG (verklaring omtrent gedrag).
Ook hebben we een vertrouwenspersoon. De vertrouwenspersoon heeft als taak het in stand houden of zelfs verbeteren van de omgangsvormen welke bijdragen aan het gevoel van veiligheid en vertrouwdheid voor de individuele leden.
Hij draagt zorg voor de eerste opvang van betrokkenen (slachtoffers, ouders van minderjarige slachtoffers, beschuldigde, bestuur en evt. de bond) bij een incident binnen de vereniging.

AV Salland hanteert hierbij de gedragsregels begeleiders in de sport vastgesteld door de Algemene Vergadering van NOC*NSF d.d. 15 november 2011 en aangepast d.d. 14 mei 2018.

Gedragsregels begeleiders in de sport

1. De begeleider moet zorgen voor een omgeving en een sfeer waarbinnen de sporter zich veilig kan voelen.

2. De begeleider onthoudt zich ervan de sporter te bejegenen op een wijze die de sporter in zijn waardigheid aantast.

3. De begeleider dringt niet verder in het privéleven van de sporter door dan nodig is in het kader van de sportbeoefening.

4. De begeleider meldt een affectieve relatie met een sporter direct bij het bestuur. De melding wordt met de grootst mogelijke zorgvuldigheid behandeld. De begeleider komt de afspraken die met het bestuur zijn gemaakt, ten aanzien van de relatie, na.

5. Bij een affectieve relatie is het de taak van de begeleider om ervoor zorg te dragen dat de normen van professionaliteit en onpartijdigheid blijven gehandhaafd.

6. De begeleider onthoudt zich van elke vorm van (machts)misbruik of seksuele intimidatie tegenover de sporter.

7. Seksuele handelingen en seksuele relaties tussen de begeleider en de jeugdige sporter tot zestien jaar zijn onder geen beding geoorloofd en worden beschouwd als seksueel misbruik.

8. De begeleider mag de sporter niet op een zodanige wijze aanraken dat de sporter en/of de begeleider deze aanraking naar redelijke verwachting als seksueel of erotisch van aard zal ervaren, zoals doorgaans het geval zal zijn bij het doelbewust (doen) aanraken van geslachtsdelen, billen en borsten.

9. De begeleider onthoudt zich van (verbale) seksueel getinte intimiteiten via welk communicatiemiddel dan ook.

10. De begeleider zal tijdens training(sstages), wedstrijden en reizen gereserveerd en met respect omgaan met de sporter en met de ruimte waarin de sporter zich bevindt, zoals de kleedkamer of de hotelkamer.

11. De begeleider heeft de plicht – voor zover in zijn vermogen ligt – de sporter te beschermen tegen schade en (machts)misbruik als gevolg van seksuele intimidatie. Daar waar bekend of geregeld is wie de belangen van de (jeugdige) sporter behartigt, is de begeleider verplicht met deze personen of instanties samen te werken, opdat zij hun werk goed kunnen uitoefenen.

12. De begeleider zal de sporter geen (im)materiële vergoedingen geven met de kennelijke bedoeling tegenprestaties te vragen. Ook de begeleider aanvaardt geen financiële beloning of geschenken van
de sporter die in onevenredige verhouding tot de gebruikelijke dan wel afgesproken honorering staan.

13. De begeleider zal er actief op toezien dat deze regels worden nageleefd door iedereen die bij de sporter is betrokken. Indien de begeleider gedrag signaleert dat niet in overeenstemming is met deze gedragsregels zal hij de daartoe noodzakelijke actie(s) ondernemen.

14. In die gevallen waarin de gedragsregels niet (direct) voorzien, ligt het binnen de verantwoordelijkheid van de begeleider in de geest hiervan te handelen.

Tot slot
De begeleider dient zich te realiseren dat het begrip afhankelijkheid of het uitoefenen van macht niet alleen betekent het direct kunnen verlenen van gunsten waardoor de betrokken sporter in een voordeligere positie komt te verkeren ten opzichte van andere sporters, maar ook verminderde zelfregie kan betekenen. Onder verminderde zelfregie wordt verstaan het niet althans onvoldoende kunnen maken van eigen keuzes en het onvoldoende kunnen beschikken over eigen kracht om zelf oplossingen te verzinnen voor problemen en een gebrek aan zelfredzaamheid.

Deze Gedragsregels begeleiders in de sport zijn vastgesteld door de Algemene Vergadering van NOC*NSF d.d. 15 november 2011 en aangepast d.d. 14 mei 2018.